VBN-standpunten

De Standpunten zijn een uiteenzetting van de VBN-visie op borstvoeding, de ondersteuning en begeleiding daarvan en op het verstrekken van informatie hierover aan (aanstaande) ouders en de rest van de Nederlandse samenleving.
 
  1. Borstvoeding geven is het (fysio)logische vervolg op een zwangerschap.
  2. Het geven en krijgen van borstvoeding is een normale sociale bezigheid voor moeder en kind.
  3. Een positieve, respectvolle benadering van borstvoedende moeders vanuit de omgeving draagt wezenlijk bij aan het waarborgen van een onverstoord borstvoedingsproces.Een dergelijke benadering is, gezien het gezondheidsbelang van borstvoeding, een maatschappelijke verantwoordelijkheid.
  4. Moeder en kind bepalen samen de duur van de borstvoedingsrelatie. Het is wetenschappelijk bewezen dat de gezondheidsvoordelen voor moeder en kind toenemen als de borstvoedingsperiode langer duurt.
  5. Borstvoeding is perfect afgestemd op de (voedings)behoefte van jonge kinderen. Juist bij omstandigheden die medisch gezien extra aandacht behoeven, dienen de wensen van de ouders wat betreft borstvoeding centraal te staan, tenzij deze
  6. aantoonbaar strijdig zijn met het belang van het kind.
  7. Er kunnen omstandigheden zijn waarin het wenselijk is om moedermelk aan te vullen (bijvoorbeeld met vitamine D en K volgens de richtlijnen van het consultatiebureau).
  8. Iedereen die zwangeren, borstvoedende vrouwen en/of jonge kinderen begeleidt, behoort te beschikken over de kennis, attitude en praktische vaardigheden die nodig zijn om borstvoeding te beschermen, te bevorderen en te ondersteunen.
  9. Het bevorderen van het zelfvertrouwen en de zelfredzaamheid van de ouders is een belangrijke factor om de borstvoeding naar hun wens te laten verlopen. Het verstrekken van goede informatie is daar een essentieel onderdeel van.
  10. Ouders hebben recht op wetenschappelijk gefundeerde, consistente informatie over borstvoeding. Deze informatie moet toegankelijk en begrijpelijk zijn.
Januari 2007