Beleidsplan 2012 - 2017

Inleiding
In dit document wordt het beleid van de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk (VBN) voor de jaren 2012-2017 uiteengezet.Het beleidsplan is tot stand gekomen op basis van een breed inspraakpro-ces door de hele vereniging waaronder diverse brainstormsessies tijdens regiovergaderingen, op de Algemene Ledenvergadering van 2010 en door middel van discussies op een daartoe opgericht internetforum.
Om de schaars beschikbare tijd van medewerkers en middelen van de vereniging op een effectieve wijze in te zetten, zijn keuzes belangrijk. In de conclusie van dit beleidsplan geven we aan welke aandachtsgebieden in de komende beleidsperiode prioriteit verdienen.
 
Achtergrond
In 1978 is de VBN opgericht als vrijwilligersorganisatie. De vereniging heeft als statutair vastgelegd doel ‘het vermaatschappelijken van borstvoeding’. Hiermee wordt bedoeld dat de VBN wil bereiken dat in alle geledingen van de Nederlandse maatschappij borstvoeding vanzelfsprekend is. Voor de meeste leden van de vereniging ís borstvoeding al de gewoonste zaak van de wereld. De VBN zou dit graag voor heel Nederland zo zien.
 
Op het moment dat vrouwen goede informatie en steun krijgen op cruciale momenten, kan langer blijven voeden een vrije keuze zijn. Hoewel het geen doel op zich is, verwacht de VBN dat het percentage moeders dat (langdurig) borstvoeding geeft, zal stijgen, als de maatschappij zich meer bewust wordt van het belang van borstvoeding en daarin de noodzaak van een goede begeleiding bij borstvoeding erkent.
 
Kernwaarden
De VBN streeft ernaar haar doelstelling te bereiken door het geven van informatie en steun aan (aanstaande) ouders en andere belangstellenden. De manier waarop de VBN aan haar doelstelling werkt, kenmerkt zich door de volgende kernwaarden:
 
  • ervaringsdeskundigheid;
  • gefundeerde, consistente informatie;
  • respect;
  • onafhankelijkheid;
  • bereidheid steun te bieden;
  • vrijwilligheid;
  • contact van moeder-tot-moeder;
  • visie op borstvoeding als waardevol proces én product;
  • diversiteit en verschil als kracht.
De kracht van de vereniging ligt in de (ervarings)deskundigheid van haar medewerkers, onder wie meer dan 150 contactpersonen. Zij worden intern opgeleid en bijgeschoold om op respectvolle wijze moeders te kunnen ondersteunen met praktische informatie over het geven van borstvoeding. De verantwoordelijkheid voor de wijze van voeden ligt te allen tijde bij de ouders.
 
De VBN streeft ernaar dat alle informatie die zij verstrekt consistent en gefundeerd is, onderbouwd door wetenschappelijk onderzoek en / of kennis uit de praktijk.
Middelen
 
De VBN heeft de volgende middelen tot haar beschikking:
  • website;
  • brochures;
  • borstvoedingsforum;
  • mailvragendienst;
  • telefonische informatiedienst;
  • informatiebijeenkomsten;
  • verenigingsblad BN;
  • bibliotheek;
  • aanwezigheid op kraammarkten en beurzen.
Ontwikkelingen en factoren
Het beleid ontstaat niet in een vacuüm. Er zijn diverse ontwikkelingen en factoren die van invloed zijn op het werk van de VBN; dat betreft niet alleen interne ontwikkelingen, maar ook factoren in de maatschappij als geheel. Daarnaast kunnen ook ontwikkelingen in de organisaties waarmee wordt samengewerkt van invloed zijn op het beleid.
Samenwerkende Borstvoedingorganisaties
 
De VBN is onderdeel van de Samenwerkende Borstvoedingorganisaties (SBO), een overleg tussen de organisaties die in Nederland actief zijn op het gebied van borstvoeding. Waar toepasselijk onderneemt de SBO ge-zamenlijke activiteiten bijvoorbeeld het organiseren van een tweejaarlijks congres voor zorgverleners.
 
Voedingscentrum
Eind 1999 heeft het Voedingscentrum opdracht gekregen van het Ministerie van Volksgezondheid om het geven van borstvoeding nadrukkelijker te stimuleren, onder andere door het verbeteren van de samenwerking met de borstvoedingsorganisaties en zorgverleners. Voor het meerjarige Masterplan Borstvoeding werd jaarlijks subsidie toegekend voor het financieren van een aantal projecten. Bezuinigingen vanuit de overheid hebben er echter toe geleid dat het Masterplan Borstvoeding niet verder wordt voortgezet; het Voedingscentrum ontvangt voortaan geen subsidie meer voor activiteiten die exclusief op borstvoeding zijn gericht. Deze activiteiten moeten worden ingebed in hun algemene voorlichtingen over gezonde voeding en worden gefinancierd vanuit de daarvoor toegekende middelen.
Dit zal gevolgen hebben voor een aantal projecten waarin de VBN met het Voedingscentrum heeft samengewerkt in afgelopen jaren (onder andere de Negenmaandenbeurs en het gratis borstvoedingstijdschrift BV Borstvoe-ding/Why’s). In welke vorm deze projecten structureel kunnen worden voortgezet, is op dit moment niet duidelijk. De VBN zal in haar contacten met het Voedingscentrum haar best blijven doen om te zorgen dat borst-voeding op de agenda blijft staan.
 
Platform Borstvoeding
De VBN is vertegenwoordigd in het Platform Borstvoeding, een overlegor-gaan tussen diverse organisaties die zich onder andere bezighouden met ouder- en kindzorg, met name op het gebied van borstvoeding. Het Plat-form was ingebed in het Masterplan Borstvoeding en werd daardoor gefaciliteerd door het Voedingscentrum. Gelukkig zal het Platform Borstvoeding ondanks de verminderde subsidie worden voortgezet.
Multidisciplinaire richtlijn Preventie en aanpak van borstvoedingsproblemen

Een aantal organisaties, waaronder de VBN, heeft sinds 2009 meegewerkt aan de totstandkoming van de Multidisciplinaire richtlijn Preventie en aanpak van borstvoedingsproblemen, in de wandelgangen de Richtlijn Borsvoeding genoemd. Deze richtlijn is voornamelijk gericht op zorgverleners, met als doel het voorkomen van tegenstrijdige informatie in het adviseren van ouders rondom borstvoedingsproblemen.
In 2011 is de richtlijn zowel inhoudelijk als tekstueel afgerond en gepubliceerd. Het is nu de bedoeling om het aantal organisaties dat de richtlijn onderschrijft, zoveel mogelijk uit te breiden. Door te zorgen dat deze organisaties vanaf nu ook werkelijk de richtlijn implementeren in hun organisaties, zal de achterban de richtlijn als basis gaan gebruiken voor de advisering. Voor de informatieverstrekking van de VBN zelf zal dit geen significan-te wijzingen opleveren.
Op de website www.richtlijnborstvoeding.nl is met het oog op de volgende herziening een commentaarfunctie ingebouwd en een pagina voor nieuwe ontwikkelingen, zodat de richtlijn een levend en actueel document blijft. Het beheer van de richtlijn is ondergebracht bij de Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen en via het Platform Borstvoeding worden alle belangheb-bende partijen betrokken als eigenaar van de richtlijn.
 
Vuistregel 10
De uivoering van het Baby Friendly Hospital Initiative (BFHI) van UNICEF is in Nederland in handen van de stichting Zorg voor Borstvoeding. Zij zorgt voor de certificering van zorginstellingen.
 
Steeds meer (gecertificeerde) instellingen zijn zich bewust van het belang van borstvoeding en het geven van voorlichting aan zwangere vrouwen over de gezondheidseffecten en de praktijk van borstvoeding geven. Vaak geven zij zelf prenatale voorlichting waarin borstvoeding een steeds promi-nentere plek krijgt. Er zijn vermoedens dat dit een negatieve impact heeft op de vraag naar VBN-informatiebijeenkomsten voor zwangeren.
 
Toch biedt juist certificering ook een kans om de moeder-tot-moederondersteuning van de VBN beter te profileren. Vuistregel 10 luidt: “dat zij contacten onderhouden met andere instellingen en disciplines over de begeleiding van borstvoeding en dat zij de ouders verwijzen naar borstvoedingorganisaties”.
 
Doorverwijzing naar de vrijwilligersorganisaties kan nog sterk worden ver-beterd, onder andere door in het algemeen de bekendheid met en het ver-trouwen in de VBN bij zorgverleners te vergroten. Intensievere contacten zowel op lokaal als op nationaal niveau kunnen hieraan een belangrijke bijdrage leveren.
 
Digitale communicatie
De VBN werkt samen met de andere SBO-partners in het beantwoorden van vragen op het borstvoedingsforum. Daarnaast heeft de VBN een mail-vragendienst waarvan sinds 2009 intensief gebruik wordt gemaakt. Ook beantwoorden veel contactpersonen via hun eigen e-mailadres vragen van moeders en zijn er ook op andere fora VBN-ers actief. Individuele VBN-ers zijn daarbij ook actief via diverse sociale media.
 
Een van de uitdagingen voor deze beleidsperiode is de wijze waarop de VBN zich manifesteert in deze nieuwe media. De digitale communicatie is een van de mogelijkheden waarin de VBN haar doelgroep kan blijven be-reiken. De deskundigheid, continuïteit, bereikbaarheid en actualiteit dienen gegarandeerd te worden en technisch realiseerbaar te zijn.
 
Vooruitlopend hierop wordt in de opleiding van contactpersonen al aan-dacht gegeven aan de digitale activiteiten van de VBN.
 
Lactatiekundigen
Het aantal lactatiekundigen in Nederland groeit gestaag en het beroep wordt steeds beter ingebed in de zorgketen. Er zijn goede contacten op bestuurlijk niveau met de beroepsorganisatie Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen.
 
Het aantal lactatiekundigen met een VBN-achtergrond is de afgelopen jaren exponentieel gegroeid. Binnen de VBN zijn er veel lactatiekundigen die ook actief betrokken blijven als vrijwilligers bij het werk van de vereniging en een belangrijke bijdrage leveren aan de scholing van medewerkers en aan onze publicaties. Aan het einde van 2011 telde het VBN-lactatiekundigenverband 35 gediplomeerde lactatiekundigen.
 
De VBN ziet een duidelijke meerwaarde in lactatiekundigen met een ach-tergrond als ervaringsdeskundige en met een vooropleiding als contactper-soon. Dit wordt onder meer naar buiten toe uitgedragen door een aparte pagina op de VBN-website met de contactgegevens van deze lactatiekundigen en door dankbaar gebruik te maken van hun input op diverse vlakken binnen de vereniging.
 
Vanwege de aangescherpte toelatingseisen voor het IBLCE-examen zal het waarschijnlijk vanaf 2012 niet meer mogelijk zijn voor contactpersonen zonder een medische achtergrond de opleiding tot lactatiekundige te vol-gen. Dit kan op den duur een negatieve invloed hebben op het aantal lacta-tiekundigen met een VBN-achtergrond
.
Opleiding en bijscholing
Een hoog niveau van kennis en vaardigheden van de medewerkers is de basis onder de kwaliteit van de vereniging. De huidige opleidings- en bij-scholingsmogelijkheden worden zeer gewaardeerd en zijn essentieel voor het behoud van de deskundigheid. Het blijft echter zaak om er zorg voor te dragen dat ze voldoende aansluiten bij de veranderde behoeften voor in-formatievoorziening die worden gesignaleerd.
 
Interne communicatie
Een efficiënte informatie-uitwisseling binnen de vereniging blijft essentieel. In de eerste plaats moeten de leden goed geïnformeerd en betrokken wor-den bij beleidsverandering en andere ontwikkelingen die voor de hele ver-eniging van belang zijn. Voor de medewerkers is er daarbij het aandachts-punt dat door de onderlinge afstand en autonome manier van werken er extra aandacht moet worden gegeven aan interne samenhang en motivatie.
 
We merken dat (huiskamer-)voorlichtingsbijeenkomsten voor zwangeren in het algemeen steeds minder goed worden bezocht, waardoor er meer na-druk komt op de individuele voorlichting en postnatale ondersteuning. Daarbij is merkbaar dat steeds minder mensen de VBN telefonisch benaderen, waardoor er meer nadruk komt te liggen op digitale ondersteuning.
 
Het is belangrijk voor de motivatie van alle medewerkers dat deze ver-schuiving in de kerntaken van contactpersonen duidelijk in beeld komt, zodat de verwachtingen goed aansluiten bij de realiteit.
 
Conclusies
Diverse maatschappelijke ontwikkelingen leiden ertoe dat de voorlichtingsrol van de VBN aan het veranderen is. De grootste uitdaging voor de ko-mende jaren is zorgen dat onze informatievoorziening goed blijft aansluiten bij de behoefte van de doelgroep.
 
Om de bekendheid van de VBN onder moeders te vergroten, kunnen zorgverleners een belangrijke rol spelen. Door deze zorgverleners te informe-ren over de activiteiten van de contactpersonen, zal de drempel om door te verwijzen lager worden, wat weer aansluit bij vuistregel 10 van de BFHI. Het is bekend dat de grootste groep moeders stopt in de eerste drie maan-den. In deze periode zijn de zorgverleners, die de prenatale voorlichting hebben verzorgd, meestal niet meer in beeld. De ondersteuning van con-tactpersonen kan juist in die periode een groot verschil maken en daarom is het zaak dat de moeders de weg naar de VBN blijven vinden.
 
De vrije verkrijgbaarheid van informatie via internet zorgt ervoor dat er min-der behoefte is aan de traditionele informatievoorzieningen van de VBN. Dit leidt tot een afname van de verkoop van de brochures en een terugloop in het gebruik van de telefonische informatiedienst. Daarentegen wordt er in verhouding steeds meer gebruik gemaakt van de mogelijkheid om contact te zoeken met contactpersonen via e-mail en fora. Hieruit blijkt dat er wel nog steeds behoefte is aan persoonlijke ondersteuning en het vertalen van algemene informatie naar de individuele situatie van de moeder. Dit alles heeft tot gevolg dat de focus van de opleiding enigszins verschuift. Waar vroeger de nadruk lag bij informatieoverdracht via groepsbijeenkomsten en telefoongesprekken, zijn tegenwoordig digitale contacten en een meer indi-viduele benadering steeds belangrijker.
 
Sociale media en andere vormen van digitale communicatie kunnen ge-bruikt worden voor het positioneren van de VBN maar ook voor het geven van informatie of moeder-tot-moedercontact. Deze twee verschillende ge-bruiksvormen vragen ieder om een andere aanpak. In de komende periode moeten plannen worden gemaakt voor de wijze waarop deze nieuwe ma-nieren van communiceren kunnen worden ingezet op een manier die zowel bij de vereniging als bij de doelgroep past.
Onder andere de eerder genoemde vrije verkrijgbaarheid van informatie over borstvoeding op het internet heeft de afgelopen jaren al gezorgd voor een terugloop in de inkomsten uit de brochureverkoop. Een verdere afna-me hiervan is te verwachten en het is dan ook zaak aandacht te blijven besteden aan het genereren van nieuwe inkomstenbronnen of het terug-schroeven van de uitgaven.
 
De VBN staat op de drempel van een nieuw tijdperk: de papieren brochu-res en de huiskamerbijeenkomsten zullen steeds minder de kern vormen van de werkzaamheden (en dus de inkomsten), maar deels worden over-genomen door vooral digitale contactvormen en publicaties. Hierin ligt de kern van de uitdaging voor de komende beleidsperiode: het waarborgen van de kernwaarden, de vaardigheden van de medewerkers en een ge-zonde financiële basis van de vereniging.
 
Vastgesteld tijdens ALV 31 maart 2012