Toeschietreflex

Als je baby aan de borst drinkt, geeft dat een signaal naar je hersenen om oxytocine af te geven. Door het vrijkomen van de oxytocine trekken de spiercellen om de melkklieren samen en verwijden de melkkanaaltjes zich, zodat de melk goed kan gaan stromen. Dit heet de toeschietreflex. Het toeschieten van de melk kan een warm, prikkelend of licht knijpend gevoel in je borst geven. Sommige vrouwen ervaren de toeschietreflex als pijnlijk, terwijl anderen het juist nauwelijks of zelfs helemaal niet voelen. Oxytocine zorgt ook voor het samentrekken van de baarmoeder; in de kraamtijd is een toeschietreflex daarom vaak te herkennen aan de naweeën op het moment dat de baby aan de borst drinkt. Als je baby goed is aangelegd, kun je ook aan zijn drinkgedrag merken dat de melkstroom op gang komt. Eerst maakt hij korte zuigbewegingen om de toeschietreflex op te wekken. Zodra de melk begint te stromen, gaat je baby ritmisch met flinke teugen drinken.

Voornamelijk in het begin van je borstvoedingsperiode kan het zijn, dat de toeschietreflex nog niet helemaal op je baby is afgestemd. De melk schiet soms spontaan toe; vaak gaan je borsten dan lekken. Zodra je op een ongeschikt moment een toeschietreflex voelt aankomen, kan het helpen om met je handpalm, pols of onderarm druk uit te oefenen op je tepels. Uiteraard kun je ook zoogkompressen gebruiken om gelekte melk in op te vangen.

Naast een goede aanlegtechniek is direct huid-op-huidcontact belangrijk om de melk goed te laten toeschieten. Een tepelhoed vormt een barrière tussen jouw borstweefsel en de mond van je baby en belemmert zo de toeschietreflex.