Reflexen

Een gezonde, op tijd geboren baby beschikt over aangeboren reflexen die nodig zijn om goed aan de borst te kunnen drinken.

Zoekreflex
Als je baby na de geboorte bloot, warm toegedekt en ongestoord op zijn buik op jouw buik kan blijven liggen, zal hij instinctief zelf de borst zoeken en deze na verloop van tijd weten te vinden. Belangrijke herkenningspunten voor je baby zijn onder andere de geur en de kleur van je tepel en tepelhof. Daarnaast zijn de wangen en de mond van je baby gevoelig voor aanraking. Als hij de borst tegen zijn wang voelt, zal hij in die richting verder gaan zoeken.
 
Hapreflex
Wanneer je met je tepel rond zijn mond of langs zijn lippen strijkt, zal hij zijn mond wijd opendoen en zijn tong een beetje uitsteken. Om aan te kunnen happen, moet je baby zijn hoofd vrij kunnen bewegen. Wanneer je zijn hoofd in jouw hand vast houdt, is dat voor je baby vaak niet alleen vervelend, maar het kan hem in ook verwarring brengen. Omdat je vingers zijn beide wangen tegelijkertijd raken, weet hij niet aan welke kant hij moet zoeken. Breng je baby naar je borst door de arm, waarmee je hem ondersteunt, naar je toe te trekken en leg hem vervolgens aan.
 
Zuigreflex
Het zachte gehemelte bevindt zich achter in de mond van je baby. Wanneer dit door aanraking van de tepel wordt geprikkeld, zal je kindje zuigbewegingen gaan maken. Voor een goede stimulans van de zuigreflex is het van belang, dat je baby goed is aangelegd.

Misschien heb je de hand van je baby automatisch al vast tijdens het voeden. Als je de muis van zijn duim masseert, zal je baby ook zuigbewegingen gaan maken. Dit heet de palmomentaalreflex; deze reflex verdwijnt enkele weken na de geboorte.