Oxytocine

Oxytocine is een bijzonder hormoon dat ook buiten de borstvoedingsperiode een belangrijke rol speelt in het dagelijks leven van zowel mannen als vrouwen. Het bevordert onder andere de rust, de ontspanning, de verbondenheid, de spijsvertering en het vertrouwen in je  naaste.

In het borstvoedingsproces zorgt oxytocine ervoor, dat de melkstroom op gang komt. In de tepel en tepelhof liggen gevoelige zenuwuiteinden. De baby stimuleert deze zenuwuiteinden door aan de borst eerst korte zuigbewegingen te maken. Dat is voor de hersenen van de moeder een signaal om oxytocine af te geven. Door het vrijkomen van de oxytocine trekken de spiercellen om de melkklieren samen en verwijden de melkkanaaltjes zich, zodat de melk goed kan gaan stromen. De melk wordt vanuit de melkklieren door de melkkanaaltjes richting de tepel gestuwd. Dit heet de toeschietreflex. Om de toeschietreflex op te kunnen wekken, is het belangrijk dat de baby goed is aangelegd.

Oxytocine zorgt ook voor het samentrekken van de baarmoeder. In de kraamtijd is een toeschietreflex vaak daaraan te herkennen op het moment dat de baby aan de borst drinkt. Frequent voeden draagt zo bij aan beperking van bloedverlies na de bevalling, de wondgenezing en de terugkeer van de baarmoeder naar de oorspronkelijke vorm. Daarnaast geeft oxytocine een ontspannen, loom gevoel tijdens het voeden en zorgt het ervoor, dat je na een nachtvoeding gemakkelijker weer in slaap valt.

Meer lezen over oxytocine? Kijk in onze bibliotheek (exclusief voor leden van de VBN).