Hormonen

Al tijdens je zwangerschap is het hormoon prolactine sterk verhoogd in je bloed aanwezig. Prolactine regelt de aanmaak van moedermelk. Zodra de placenta is geboren, vallen de zwangerschapshormonen weg en start de melkproductie. Het hormoon oxytocine zorgt ervoor, dat de melk gaat stromen als je baby bij je drinkt.

Je baby in de eerste weken goed aanleggen en hem vaak voeden stimuleert de aanmaak van voldoende prolactinereceptoren. Prolactinereceptoren zorgen ervoor dat je borsten gevoelig worden voor prolactine, en daarop reageren door meer melk te maken. Zo zul je ook later steeds aan de toenemende behoefte van je groeiende baby kunnen voldoen.

Na enkele weken is de hoeveelheid prolactine in je bloed wat lager geworden en zorgt het voeden zelf steeds voor een tijdelijke piek. Dan is het vooral het legen van de borst wat maakt dat vraag en aanbod goed op elkaar afgestemd blijven.

Wanneer de borst te lang vol blijft, is de toename van een specifieke stof in moedermelk een signaal om de afgifte van prolactine te verminderen. Er wordt dan minder melk geproduceerd. Gebeurt dit tijdens de opstartfase regelmatig, dan kan dit nadelige gevolgen hebben voor de melkproductie gedurende de gehele borstvoedingsperiode.