Kenmerken van goed aanleggen

De volgende punten kunnen helpen om erachter te komen of je baby goed heeft aangehapt:

  • Je baby heeft de tepel en een flink gedeelte van de tepelhof in zijn mond: een ‘mondvol’ borst.
  • De wangen zijn bol, de lippen zijn naar buiten gekruld en de mondhoeken maken een wijde hoek.
  • Zijn lippen en kin rusten tegen je borst aan, zijn tong ligt over de onderkaak heen onder de tepelhof en zijn neus raakt de borst niet of nauwelijks.
  • Trek indien nodig zijn billen wat meer naar je toe, zodat zijn hoofd iets achterover gaat en zijn neus vrij komt.
  • Je baby maakt eerst korte zuigbewegingen om de toeschietreflex op te wekken. Daarna drinkt hij met flinke teugen. Soms neemt hij even een pauze.
  • Na de eerste dagen kun je het slikken duidelijk zien en horen.
  • Langdurig oppervlakkig zuigen en weinig slikken betekent waarschijnlijk dat je baby de borst niet goed heeft gepakt.
  • Het eerste aanzuigen kan gevoelig zijn, maar daarna verloopt het voeden als het goed is pijnloos.
  • Je tepel is direct na het voeden normaal van kleur en vorm (dus niet afgeplat), is niet beschadigd en doet geen pijn.
  • De baby laat zelf de borst voldaan los of valt verzadigd in slaap na een periode van effectief drinken.

Goed aanleggen is een kwestie van oefenen. Het is bij een pasgeboren baby vaak nodig om het een paar keer te proberen voordat hij de borst goed pakt.

Problemen met aanleggen? Vraag onze brochure ‘Voorkomen en genezen van pijnlijke tepels' aan of zoek contact met een contactpersoon of een lactatiekundige IBCLC.