Aanleggen 

Voor je baby is drinken aan de borst instinctief gedrag; tegelijk is het voeden ook iets wat je samen moet leren. Als je zelf weet waar je op moet letten, ben je niet afhankelijk van externe hulp. Zo kun je zelf je baby aanleggen wanneer je maar wilt.

  • Kies een voedingshouding die voor jullie allebei prettig is en waarbij je alles goed kunt zien.
  • Als je baby met zijn hoofd en lichaam in één lijn en met zijn buik naar je toe ligt, kan hij aanhappen zonder zijn hoofd te hoeven draaien.
  • Leg je baby met zijn neus iets onder de tepel. Hij zal bij het aanhappen zijn hoofd dan wat achterover kantelen, waardoor hij zijn mond goed wijd open kan doen.
  • Het is belangrijk de zoek- en hapreflex van je baby de ruimte te geven. Ondersteun zijn hoofd zodanig dat hij voldoende bewegingsvrijheid heeft om zelf te zoeken; houd dus niet zijn hoofd vast.
  • Wanneer je baby zijn mond wagenwijd open doet, haal je hem in zijn geheel naar je toe. Als hij de borst tegen zijn mond voelt, zal hij aanhappen en gaan zuigen. Pakt hij de borst niet meteen, probeer het dan rustig opnieuw.

Als je baby de borst goed in zijn mond heeft, doet het voeden geen pijn. Twijfel je of het aanleggen goed gaat, aarzel dan niet om hulp te vragen aan een van onze contactpersonen of een lactatiekundige IBCLC.

Meer informatie? Download of bestel:

Brochure 1: Borstvoeding, een goed begin

Brochure 2: Borstvoeding, de eerste weken