Borstvoeding tijdens een zwangerschap

Als je zwanger wordt terwijl je borstvoeding geeft, is dat in de meeste gevallen geen probleem. Alleen als je een verhoogd risico loopt op een vroeggeboorte, je zwanger bent van een meerling of als je verloskundige of gynaecoloog geslachtsgemeenschap afraadt, kan het nodig zijn om te stoppen met  het geven van borstvoeding.

Melkproductie
Onder invloed van zwangerschapshormonen kan de melk van smaak veranderen en loopt de melkproductie vaak terug. Daarom is het belangrijk om de groei en vochtinname van je kindje dat aan de borst drinkt goed in de gaten te houden, vooral als hij nog voornamelijk borstvoeding krijgt.
 

In het laatste trimester van de zwangerschap is er vaak weer meer melk. Deze melk, colostrum, werkt licht laxerend. Je kind kan daardoor wat dunnere ontlasting krijgen.

Andere veranderingen
Als gevolg van de zwangerschap kun je last krijgen van pijnlijke tepels. Dit gaat over zodra je bent bevallen. Sommige vrouwen krijgen tijdens de zwangerschap of na de bevalling een naar gevoel als het oudere kind aan de borst drinkt. Dit kan variëren van een lichte irritatie tot het gevoel dat ze dat kind niet meer aan de borst kunnen verdragen. Het kan dan helpen het aantal voedingen of de duur van de voeding terug te brengen. Andere vrouwen kiezen ervoor om  te stoppen met het geven van borstvoeding aan het oudere kind.
 

Als je nieuwe baby geboren is, kan je oudere kind samen met hem aan de borst blijven drinken. Dit heet tandemvoeden.