Alcohol en borstvoeding

Alcohol kan negatieve gevolgen hebben voor de groei en ontwikkeling van je baby. De effecten van alcohol zijn voor een pasgeboren baby ernstiger, omdat zijn lever nog onrijp is, waardoor de alcohol minder makkelijk wordt afgebroken. Voor alle gevolgen van alcohol in moedermelk geldt, dat ze groter zijn naarmate je meer alcohol hebt gedronken.  Alcohol komt rechtstreeks in moedermelk terecht en heeft daar dezelfde concentratie als in het bloed van de moeder. Na één drankje duurt het gemiddeld twee tot drie uur voordat de alcohol uit je lichaam en dus ook uit je melk is verdwenen.

Alcohol remt de afgifte van het hormoon oxytocine; de melk schiet dan minder goed toe en je baby neemt minder melk uit je borst. Daardoor kan op den duur je melkproductie  teruglopen. Daarnaast verandert de smaak van je melk door alcohol. Wanneer een baby via moedermelk grotere hoeveelheden alcohol binnenkrijgt, kan hij daar suf van worden en kan zijn slaappatroon ontregeld raken.

Wanneer je tijdens je borstvoedingsperiode een enkele keer met mate drinkt, wegen de positieve gezondheidseffecten van borstvoeding nog steeds ruimschoots op tegen de nadelen van geen borstvoeding geven. Om ervoor te zorgen dat je baby niet of nauwelijks alcohol binnenkrijgt, kun je op de volgende punten letten :

  • Je kiest voor je consumptie een tijdstip waarop je verwacht dat je baby niet binnen een paar uur aan de borst wil drinken. Eten vóór en tijdens een drankje kan de alcoholspiegel in je bloed wat beperken.
  • Zijn er na één glas twee of drie uren, of na twee glazen vier of vijf uren verstreken, dan kun je je baby gewoon voeden.
  • Als je van plan bent meer te drinken, of je baby meldt zich binnen de tijd dat er nog alcohol in je bloed aanwezig is toch voor een voeding, kun je hem moedermelk geven die je vooraf hebt afgekolfd. De melk die je in de uren na alcoholinname afkolft, gooi je weg.

Meer informatie vind je in ons gratis te downloaden informatieblad ‘Borstvoeding in combinatie met alcoholgebruik en roken'.