Zes keer borstvoeding, zes keer anders

Mijn borstvoedingsverhaal begon eenentwintig jaar geleden. Ik heb zes kinderen, waarvan de oudste zoon nu eenentwintig is en ruim vier jaar borstvoeding  heeft gehad, waarvan twee jaar samen met mijn dochter van nu negentien. In de zwangerschap van mijn derde ben ik gaan afbouwen; mijn dochter had toen ruim twee jaar borstvoeding gehad.

Onze derde, een zoon van nu zestien, stopte na bijna twee jaar zelf van de ene op de andere dag met de woorden: “Nee, appel.” Ik voelde me toen wel afgewezen. Ruim een jaar later kwam de vierde, onze tweede dochter, die vervolgens bijna drie jaar borstvoeding heeft gehad. Onze kinderen werden groter; ik hertrouwde toen de jongste tien was en wij kregen nog een mooie dochter die ik tweeënhalf jaar borstvoeding heb mogen geven. Zij is nu vier en heeft een broertje van anderhalf jaar: ons cadeautje, dat nu nog steeds bij mij drinkt.

Terugkijkend op een periode van bij elkaar opgeteld ruim vijftien jaar van borstvoedingservaring, kan ik alleen maar zeggen dat ik er vooral van heb genoten dit te mogen en kunnen doen. Ik vind het bijzonder dat ik na tien jaar alles weer opnieuw mocht beleven en dat iedere borstvoedingsperiode anders is geweest: korter of juist langer, vaak of minder vaak voeden, steeds vragend of in alle rust, soms met pijn voeden door bijvoorbeeld een schimmelinfectie of een borstontsteking, het afkolven op het werk, tandemvoeden, een nacht in het ziekenhuis zonder kindje;  van alles heb ik meegemaakt. Ik vind het ook mooi dat mijn oudere kinderen nu zien hoe ik de kleine (op)voed. Ze krijgen er zoveel van mee.