Helemaal overstag

Ik ben een 'jonge' moeder van 34 jaar. Mijn zoon is tijdens dit schrijven vijftien maanden oud en ik kan met trots melden dat ik hem nog steeds borstvoeding geef. Er zijn geen tot weinig obstakels geweest in mijn borstvoedingsperiode, maar toch zijn er diverse bijzondere en belangrijke momenten die ik graag wil delen.

Toen we ons huidige adres hadden gevonden om te wonen, vonden we de tijd rijp om het ouderschap aan te gaan. Ik was aan kinderen toe, maar ik zag op tegen het geven van borstvoeding; het idee dat er een kind aan mijn borst zou drinken, riep een onaangenaam gevoel in me op. Gemakshalve was ik even vergeten dat er bij een zwangerschap ook nog een bevalling hoorde.

“Liever niet, maar ze zeggen dat het goed is…”
Zwanger worden was voor ons niet moeilijk, zwanger zijn eigenlijk ook niet; ik genoot zelfs van mijn zwangerschap. We vonden het een spannend avontuur en hebben verschillende boeken gehaald om ons in te lezen. Ik heb ook meegedaan aan een zwangerschapscursus, opdat ik nog beter voorbereid zou zijn en kennis kon maken met andere jonge moeders. Tijdens de cursus werd de vraag gesteld wie er allemaal borstvoeding ging geven. Meerdere vrouwen reageerden heel erg enthousiast , bijna lyrisch. Mijn reactie was echter: “Tja liever niet... maar ze zeggen dat het goed is, dus ik probeer het maar...”

De bevalling verliep goed en direct na de geboorte werd mijn hummeltje aan mijn borst gelegd... Op dat moment zat ik met mijn hoofd nog helemaal bij de bevalling, waardoor ik niet de kans, de puf of het besef heb gehad om iets van deze nieuwe ervaring te vinden.

Even oefenen
Het aanleggen was even oefenen, maar ik wilde graag goed voor mijn zoontje zorgen en dus bleef ik ermee doorgaan. Tijdens de kraamperiode kwamen er zoveel nieuwe dingen op mij af, ik dacht geen moment na over de bezwaren die ik eerder tegen het voeden had. In de eerste weken zag ik hoe mijn zoontje groeide en dat allemaal van mijn melk. Langzaamaan begon ik daar trots op te worden.
Mindere tijden
Na zeven á acht weken sloeg bij mij de vermoeidheid toe. Ik vond het moeilijk om te bepalen wanneer mijn zoontje honger had. Elke keer als hij een kik gaf, legde ik hem aan de borst, want dan was hij stil. Uiteindelijk hebben we twee dagen samen in bed gelegen en gaf ik hem om het uur de borst. Tussendoor bleef ik stil naast hem liggen om hem maar niet wakker te maken, ik durfde bijna niet naar de wc. Mijn man was op dat moment in het buitenland, maar gelukkig had ik een buurvrouw die voor mij kookte en mij troost bood.

Na die twee dagen heb ik bij het consultatiebureau om raad gevraagd. Met behulp van tips die ik daar kreeg ten aanzien van rust en regelmaat, kwamen mijn zoontje en ik meer tot rust. Het heeft nog wel wat moeite gekost om hem in zijn eigen bed te laten slapen, maar al snel pakte hij het ritme op. Dit gaf mij de ruimte om met borstvoeding door te gaan. Daar was ik heel blij mee, want inmiddels waren die intieme borstvoedingsmomenten samen met mijn zoon toch waardevol voor me geworden.

Een week later kwamen echter de hormonen om de hoek, er dreigde een postpartum depressie te ontstaan. Weer trok ik aan de bel; met hulp van het consultatiebureau, de huisarts, verloskundige en psycholoog lukte het me om de draad weer op te pakken. Omdat de onzekerheid en de angst die ik voelde me veel energie kostten, heb ik op het punt gestaan om het borstvoeden (voor een deel) op te geven. Niet dat het voeden zelf een probleem was, maar als ik een aantal voedingen kon minderen zou het vast minder energie kosten, was mijn redenering. In een consult met de arts heb ik laten weten dat ik eigenlijk niet helemaal wilde stoppen met borstvoeding. Zij zag gelukkig dat ik er niet aan toe was om het aantal voedingen te minderen en spoorde mij aan toch door te gaan. Ze zei: "Probeer het nog tot aan het volgende consult, dan kijken we wel of het nog zo zwaar gaat." Wat ben ik blij met haar advies, ik weet zeker dat ik spijt zou hebben gehad als ik (deels) met borstvoeding was gestopt!

Een hechte verbintenis
Inmiddels gaat het heel goed met mij, de onzekerheid en de angst zijn er nog maar af en toe. En ik geef nog steeds borstvoeding; het is voor mij een rode draad geworden in het eerste levensjaar van mijn zoon, een hechte verbintenis vol genegenheid. Ik geniet van elke voeding, want ik weet dat mijn zoon erop groeit en leeft. Daarnaast is het gewoon een heerlijk knuffelmoment. Zelfs buitenshuis voeden vind ik geen probleem, ik gebruik meestal een sjaal als afscherming voor publiek. En dan te bedenken dat ik voor de geboorte van mijn zoon twijfelde over borstvoeding.