Een soort verslaving

Toen ik net zwanger was, was ik ervan overtuigd dat ik absoluut geen borstvoeding wilde geven. Ik zag meer voordelen in kunstvoeding dan in borstvoeding. Gedurende de zwangerschap begon ik steeds meer te twijfelen of ik wel de juiste keuze had gemaakt. Ik heb veel vragen gesteld aan mijn vriendin die haar tweeling tien maanden lang de borst heeft gegeven. Zij heeft dat laatste zetje gegeven om mij te doen besluiten toch voor borstvoeding te gaan. Naïef als ik was, vond ik het niet nodig een cursus te volgen of ook maar enige informatie in te winnen over borstvoeding. Ik dacht het allemaal wel even te doen. Mijn insteek was om te kijken hoe het ging en als het niet zou lukken, dan zou ik ermee stoppen.

De eerste week
Ik had in mijn geboorteplan gezet, dat ik mijn baby eerst op de borst wilde hebben en zodra mogelijk ook aan de borst. Kick werd geboren; gelukkig kon hij vrijwel meteen bij mij liggen. Het leek wel of hij meteen op zoek was naar mijn borst. Ik voelde me zó trots dat hij meteen aanhapte en leek te drinken. Ik had echt nog wel een paar uur zo met hem willen liggen. Helaas moest ik naar de operatiekamer omdat de placenta maar niet werd geboren.
In de kraamweek bleek Kick steeds meer af te vallen. Onze kraamverzorgende adviseerde me om extra te gaan afkolven, oxytocine neusspray te gebruiken en goed te blijven eten en drinken. Het mocht allemaal niet baten; Kick bleef maar afvallen. Na een paar dagen was dit zelfs meer dan 10%. Ik was inmiddels zo gedreven om het voeden te laten slagen, dat het me echt verdriet deed dat ik hem niet kon geven wat hij nodig had. De kraamverzorgende stelde voor om Kick eerst aan de borst te laten drinken en hem daarna bij te voeden. De melk die ik afkolfde, werd aangevuld met kunstvoeding. Mijn man gaf de bijvoeding middels fingerfeeding aan onze zoon. Dit wierp gelukkig z’n vruchten af; Kick was aan het eind van de kraamweek zelfs weer op zijn geboortegewicht. We waren allemaal zo trots op ons kleine mannetje, maar ook op hoe we ons hier doorheen hadden geknokt.
 

Flinke groei
Met de kraamweek nog in het achterhoofd ging ik netjes elke week naar het consultatiebureau om Kick te laten wegen. Hij groeide echt heel goed, meerdere weken achter elkaar wel 300 gram of meer per week.

Mooie eigenschappen
Uiteindelijk was het wel duidelijk dat Kick het hartstikke goed deed op mijn melk en ik begon het geven van borstvoeding steeds fijner te vinden. ’s Nachts heerlijk liggend voeden en meteen weer inslapen doordat het stofje oxytocine wordt aangemaakt, weggaan zonder aparte melkvoeding mee te hoeven nemen en mijn zoon vervolgens overal (weliswaar discreet) te kunnen voeden, één kledingmaat minder dan voor de zwangerschap, geen kosten voor melkvoeding, weten dat je al je eigen antistoffen meegeeft aan je kind... maar het mooiste was wel het gevoel dat ik mijn kind liet groeien van mijn eigen melk. Ik begon zelfs een beetje verslaafd te raken…
 
Reacties uit de omgeving
Na een maand of drie kreeg ik soms verbaasde of negatieve reacties als ik vertelde dat ik nog borstvoeding gaf. Mij verbaasde het, dat er zoveel mensen waren die zeiden dat ik maar moest stoppen, want dat zou allemaal veel makkelijker zijn. Gelukkig werd er op mijn werk erg goed omgegaan met het feit dat ik tijd nodig had om af te kolven.
 
Kicks wereld wordt groter
Na zo’n zes à zeven maanden begon Kick steeds meer oog voor de wereld om hem heen te krijgen en werd het drinken aan de borst steeds minder interessant. Na drie slokjes vond hij het wel genoeg; hij wilde liever zijn nieuwe kunstjes (omrollen bijvoorbeeld) uitproberen. Ook begon hij keihard te bijten met zijn net doorgekomen tandjes (AUW!). De fles wilde hij daarentegen wel goed drinken, dus inmiddels hadden we al een paar voedingen vervangen door een fles. Uiteindelijk bleef alleen de ochtendvoeding nog over, maar ook hierin verloor Kick interesse. Ik kreeg het idee dat ik er steeds meer moeite voor moest doen om mijn melkproductie op peil te houden. Maar ik was nog niet klaar om te stoppen… Uiteindelijk zag ik in, dat Kick zelf aangaf dat het lang genoeg had geduurd. De laatste voeding was voor mij heel emotioneel, maar wat was ik blij dat ik hem ondanks de hobbelige eerste week acht en een halve maand zelf heb kunnen voeden. Bij een eventueel broertje of zusje weet ik zeker dat ik meteen weer zal kiezen voor borstvoeding, alleen ga ik er dan iets meer voorbereid in.