Borstvoeding: een nieuwe visie op het leven

Mijn naam is Tamara, moeder van een dochter van vier jaar en een zoon van twee jaar. Onze dochter is destijds in het ziekenhuis geboren na een zwangerschap van 41 weken en vier dagen. Ik heb haar bijna 22 maanden borstvoeding mogen geven. Dat we ruim twee jaar later onze zoon mochten begroeten maakt ons geluk compleet. Deze keer had ik me nog beter voorbereid op de eerste dagen na de bevalling. In de eerste dagen met onze dochter is, dankzij de kraamverzorgende, het opstarten van borstvoeding bijna de mist in gegaan met alle gevolgen van dien. Het heeft een enorme impact gehad en dat wilde ik zeker niet nog een keer meemaken. Nu had ik alles bij de hand: het telefoonnummer van de lactatiekundige, een handkolf en natuurlijk de ervaring van de vorige keer; ik was er klaar voor!
 
Zware bevalling, voorspoedige start met borstvoeding
Na een zwangerschap van 41 weken en drie dagen werd ik opgenomen in het ziekenhuis vanwege langdurig gebroken vliezen. De bevalling werd ingeleid. Ik was erg teleurgesteld, want ik had ook deze keer graag thuis willen bevallen, zonder poespas. De bevalling was erg stressvol en moeizaam. Na twaalf uur werd ons sterrenkijkertje geboren. Helemaal compleet, helemaal gezond. Fantastisch!

Zoals geen bevalling hetzelfde is, zo waren ook de dagen na de bevalling compleet anders dan toentertijd met onze dochter. Na de bevalling heb ik mijn zoontje bij me gehouden. Zodra hij wilde, kon hij drinken. De eerste dag heeft hij een aantal keer gedronken. Niet vaak, maar wel goed, moe als hij was van de bevalling. De tweede nacht vroeg hij vaker om de borst. Voor mijn gevoel wilde hij om de haverklap drinken. En dat kon! We hebben heerlijk samen geslapen. Het voeden kon ik liggend doen, dat was erg fijn. Zo rond de derde dag begon de stuwing te komen. Ook deze heeft hij heerlijk weg kunnen drinken. Hij blij, ik blij! Tot op de dag van vandaag horen de voedingen erbij. Zo vanzelfsprekend, zo vertrouwd, zo normaal.

Borstvoeding: onze norm
Omdat wij er destijds voor hebben gekozen dat ik thuis zou blijven om voor onze kinderen tezorgen, hoefde ik mij geen zorgen te maken over opvang, afkolven etc. Deze keuze heeft mij echter wel onzekerheid opgeleverd. Want in de huidige samenleving zijn de meeste moeders aan het werk. Als de moeder aan het werk is, dan gaat het kindje naar de opvang, gastouder of opa en oma. Er wordt afgekolfd of kunstvoeding gegeven. Het lijkt haast de standaard. Daarom vind ik het moeilijk om met anderen over mijn borstvoedingservaringen te praten, bang voor wat ze ervan zullen denken. Hoe ze erover oordelen dat ik mijn kinderen zelf voed en ze niet uitbesteed. Het beeld wordt al snel geschetst dat ik mijn kinderen niet los kan laten. Terwijl ik wacht op het moment dat zij mij vol vertrouwen loslaten.

Problemen met borstvoeding zou ik ook niet zo snel met een buitenstaander bespreekbaar maken Tenzij deze zelf een ervaringsdeskundige is op het gebied van borstvoeding. In het verleden heb ik vaak horen zeggen: "Dan stop je er toch een fles in?" Een advies waar ik zelf niets mee kon. Ik voelde me niet gehoord. Hierdoor heb ik mij misschien wat gesloten opgesteld. Aan de andere kant heb ik heel bewust een aantal mensen ‘uitgezocht’ waar ik wel alles mee kan delen. Deze mensen willen mij dan ook horen en tonen begrip. Ze staan niet snel klaar met ongevraagd, nutteloos advies. Zo fijn!

Meer dan alleen voeding
Inmiddels heb ik van mijn onzekerheid mijn kracht gemaakt. Tijdens mijn bevallingen en de periode daarna heb ik vertrouwd op de natuur en op het moederinstinct. Ik durf het aan om mijn kinderen op te voeden zoals wij het graag willen. Als ze me zouden vragen wat ik anders had willen doen, dan zou ik zeggen dat ik het precies weer zo zou doen!

Het geven van borstvoeding heeft mijn visie op het leven erg veranderd. Als ik mijn kindje voed, dan is er sprake van teamwork, wederzijds respect. Hoe klein zo'n kindje ook is, het is al een volwaardig mens. Door het geven van borstvoeding heb ik geleerd naar mijn kindje te luisteren, naar mijn kindje te kijken zodat ik kan zien wat hij of zij nodig heeft. Ik kan ze begeleiden in hun wereld die steeds groter wordt. Ze mogen het zelf gaan ontdekken. Wanneer ze me nodig zijn zal ik er zijn.