Voorkeur voor de borst


Dit is het borstvoedingsverhaal van mij, mijn dochter van inmiddels ruim tien maanden oud en van mijn steun en toeverlaat, mijn vriend. Het verhaal begint wat moeilijk. Door veel bloedverlies kwam mijn melkproductie moeilijk op gang. Op dag drie was onze dochter al veel afgevallen en dronk ze nog niet effectief aan de borst. Ze probeerde het wel, ze hapte mooi aan, maar het echte klokken kwam niet. Er moest, zo gezegd, ‘voer’ in.
Ze huilde hartverscheurend. Een vriendin van ons had toen een kindje van een jaar aan de borst en heeft haar voorraad afgekolfde melk aangeboden voor het geval het niet meteen zou lukken. De (invallende) verloskundige trok bij die suggestie een vies gezicht en zei dat ze daar nog nóóit van had gehoord. Kwetsbaar en onzeker als ik was, stuurde ik mijn vriend niet naar die lieve vriendin, maar naar de supermarkt voor kunstvoeding.
 
Omdat ik heel graag borstvoeding wilde geven, gaven we geen fles. Het drinken uit een fles kan voor zuigverwarring zorgen, waardoor je baby mogelijk na een paar dagen niet meer aan de borst kan of wil drinken. Daarom gaven we onze dochter op dag drie, vier en vijf voeding door middel van fingerfeeding, een spuit met daaraan een dun slangetje dat je langs je pink in de mond van je baby houdt. Ik kolfde af om de melkproductie op gang te krijgen; de eventuele opbrengst werd dan tot de gewenste hoeveelheid gemengd met kunstvoeding. Daarna kon ik mijn kindje pas voeden. Deze manier van voeden vond ik slopend in mijn kraamtijd.
 

Voeden buitenshuis
Gelukkig brak op dag zes het zonnetje door: mijn productie was inmiddels opgekrikt en onze dochter lag tevreden aan de borst. Als ik hier aan terug denk word ik nog weer emotioneel; ik was toen zo blij dat het toch ging lukken. We hebben één dag een tepelhoed gebruikt, maar al snel was ook die niet meer nodig. We gingen hele fijne tijd tegemoet. Ondanks het vele bloedverlies herstelde ik vrij snel.

Na tweeënhalve week ging ik mijn baby’tje zelf showen op mijn werk, 30 minuten rijden van huis. Ik ging naar het mammacafé toen ze precies drie weken oud was en daar voedde ik voor het eerst in het openbaar. Ik was zó trots! Met zes weken vroeg ik in een lingeriewinkel of ik een kleedkamer mocht gebruiken om te voeden.

Later deed ik het ook gewoon op het terras, of in het restaurant van een warenhuis. En van de witte kool die vriendlief op aanraden van de kraamverzorgende kocht om de bladeren te kunnen gebruiken als koude kompressen ter verlichting van eventuele stuwing, maakten we na een paar weken maar witte koolstamppot, want die enorme stuwing heb ik door de trage start natuurlijk nooit gehad.

Oefenen met een fles
Mijn dochter groeide zelf ook als kool en ze was al geen kleintje bij de geboorte met haar bijna vier kilo. Toen ze zes weken was, oefende papa met een fles afgekolfde melk. Wat was ik zenuwachtig! Zal ze hem pakken? Zal ze daarna niet te gemakzuchtig worden van zo’n makkelijk drinkbare fles en mijn borst nog wel willen? Een paar uur later kwam ik er achter dat ze mijn borst nog steeds even lekker vond. Gelukkig maar! Nu wisten we dat ze uit een fles kon drinken voor als ik weer ging werken… toch?


Tja. Niet dus. Madame was zo’n twaalf weken toen we er achter kwamen dat ze geen fles meer wilde. Paniek! Ik zou na mijn verlof en een paar weken vakantie weer gaan werken, hoe zou dat moeten? Een medewerkster van het consultatiebureau zei dat we dagelijks drie tot vijf keer moesten gaan oefenen en dan het liefst de fles laten geven door iemand anders dan ik.

Achteraf zie ik pas in dat dit een slecht advies is geweest. Want waar vind je drie tot vijf keer per dag iemand die dat voor je kan doen? Ik deed het grotendeels dus toch maar zelf; dat was beter dan helemaal niet oefenen, was mijn gedachtegang. Het betekende uiteindelijk dat we drie tot vijf keer per dag stress hadden; een huilende moeder en baby, veel weggegooide moedermelk en dat voor een maand lang. Het voeden aan de borst ging dan wel geweldig, maar uit een fles drinken wilde ze niet. Oo­­k het consult van een lactatiekundige en zelfs een middagje bij dezelfde lactatiekundige om te oefenen, mochten niet baten.

Als klap op de vuurpijl kreeg ik tijdens een weekendje weg in alle hevigheid de bekende ‘vier maanden dip’. Onze dochter wilde geen fles en ik had een enorme productiedip, die zonder meer extra heftig was vanwege alle stress rondom het niet willen drinken uit een fles. Een week lang hebben we getobd. Een week lang hadden we een kindje dat heel graag wilde drinken uit de borst, maar er weinig uit kreeg en erg gefrustreerd raakte. In gedachten zag ik mijn lieve mini-meisje al met een neussonde in het ziekenhuis liggen, want hoe konden we haar nu voeden?

Het moment van de waarheid
En toen brak week zeventien aan. Ik moest weer aan het werk. Hoe ging ik dit aan pakken? Wederom was er veel stress. Inmiddels had ik mijn productie weer opgekrikt door een aantal keer te clusterkolven en tussendoor heel veel aan te leggen. Ik heb toen veel gehad aan tips op het Borstvoedingsforum.

Via hetzelfde forum werd toen geopperd om mijn voedingsrecht aaneengesloten op te nemen zodat ik in plaats van 17.00 uur al om 15.00 uur naar huis kon met behoud van salaris. Daarnaast leerde ik dat je het eerste half jaar na de geboorte van je kindje recht hebt op extra rustpauzes. In overleg met mijn werkgever gebruikte ik die om nog twee keer te kunnen afkolven op mijn werk. Hoewel ze er niks van dronk, moest mijn melkproductie immers wel gestimuleerd blijven op werkdagen om onvrijwillig afbouwen te vermijden.

Deze regeling heeft voor ons gewerkt. Dochterlief dronk op werkdagen negen uur lang vrijwel niks en was hier een beetje chagrijnig om, maar haar humeur draaide meteen 180 graden als ik haar had opgehaald en gevoed. Bovendien bleef ze goed groeien en was ze verder een blije baby. Na een paar weken vond ik rust. We hadden besloten niet meer te oefenen, dat was de stress niet meer waard. Wel gaven we onze dochter een fles met ongeveer 70ml afgekolfde melk mee naar de gastouder, die spoot dan van een afstandje (echt waar!) wat melk in haar mondje. Daarmee kreeg ze iets binnen, maar werd er ook een hoop weggegooid. Dit ging een maandje of twee zo door.

Verrassende ommekeer
Op een dag was ik gewoon lekker aan het werk toen ik een app-je met een filmpje van de gastouder kreeg. Onze dochter dronk uit de fles! Zomaar! De gastouder warmde snel nog reserve-moedermelk uit haar vriezer op en de tweede fles ging ook leeg. En de dag erna ook. Ons mini-meisje zou zelf wel bepalen wanneer ze ergens aan toe is; dat doet ze met alles en dus ook met haar fles. Sindsdien hebben we geen heel grote problemen meer gehad. Onze dochter heeft wat gebeten toen ze oorontsteking had, maar dat is weer overgegaan. Tijdens diezelfde oorontsteking kon het voeden alleen in een prikkelarme omgeving, maar ook dat ging over.

Steun in de rug voor andere (aanstaande) moeders
Het hele verhaal van het niet willen drinken uit een fles klinkt heel heftig, maar ik weet zeker dat als we dit bij een eventueel tweede kindje weer moeten meemaken, ik er heel anders op zou reageren. Ik weet nu dat een gezond kindje best lang zonder drinken kan en dat er regelingen zijn die het mogelijk maken om eerder naar huis te kunnen. Bovendien heeft het me ook een paar prettige bijkomstigheden gegeven. De eerste is, is dat ik mij veel beter ben gaan informeren over borstvoeding. Ik zocht op internet naar een oplossing en zo kwam ik een schat aan informatie tegen op websites als het Borstvoedingsforum. Door die informatie weet ik wat ik kan doen als er bijvoorbeeld een productiedip is. Of hoe ik kan reageren op fabels waar mensen, hoe goed bedoeld ook, mee komen maar die funest kunnen zijn voor borstvoeding.

Een ander voordeel van het niet willen drinken uit een fles is dat ik nu een enorme vriezervoorraad heb, die ik wekelijks ververs, en dat zo een ander pasgeboren kindje twee liter van mijn melk heeft kunnen drinken toen ook haar moeder opstartproblemen had. Haar moeder had zich van tevoren beter geïnformeerd dan ik toentertijd. Zij wist dat als je kindje in eerste instantie niet jouw melk drinkt, er beter kan worden bijgevoed met donormoedermelk dan met melk van een ander zoogdier. Uiteindelijk is het ook bij hen goed gekomen en genieten moeder en kind inmiddels al zo'n maandje of vier van het borstvoeden.

Steviger in mijn schoenen
Ik ben van plan nog heel lang te blijven voeden, want ik wil onze dochter zelf laten beslissen wanneer ze er klaar mee is. Dat kan al over een paar maanden zijn, maar ook over een paar jaar. Als ik dat vertel, dan komen de vooroordelen. Ik zou haar misschien verwennen. Dat ze niet doorslaapt, komt omdat ze nog steeds borstvoeding zou krijgen. Ze zou niet zelfstandig worden zolang ze nog aan de borst drinkt. Voeden in het openbaar is ongepast. Zodra je kindje vast voedsel eet, is moedermelk niet meer nodig en meer van dat soort onzin.
 

Dat soort opmerkingen gaan tegenwoordig het ene oor in en het andere oor weer uit, maar dat is wel een proces geweest. Ik vind borstvoeding namelijk heel mooi en heel fijn, en natuurlijk heel goed voor mijn kindje. Dit draag ik ook graag uit. Ik gun meer moeders en kinderen een fijne borstvoedingsperiode en merk dat dit vaak niet lukt omdat er te weinig kennis en steun uit de omgeving is. Dat maakt mij wel eens verdrietig en daarom heb ik mijn verhaal op papier gezet, zodat andere moeders en moeders-in-spé zich hopelijk meer gesteund voelen om borstvoeding te gaan of te blijven geven.