De juf kolft af

Dat ik borstvoeding zou gaan geven stond buiten kijf. Tijdens het intakegesprek met de kraamzorgorganisatie hadden we het erover en ik had in gedachten ongeveer een jaar te voeden. Wel zou ik na een half jaar een evaluatiemoment inlassen. Ik had toen nog geen flauw benul van wat borstvoeding eigenlijk inhield.

Voor het eerst afkolven
Toen in december mijn mooie dochter Rosalie geboren werd, gingen we vol vertrouwen aan de slag. Na drie dagen zat ik ongeveer drie uur lang met gekrulde tenen van de pijn te voeden en ze bleef maar hongerig. Ik besloot om tijdelijk te gaan afkolven; mijn eerste kennismaking met afkolven was een feit en een redelijk succes!

Rechten en plichten
Ik werk in het basisonderwijs en toen na tien weken mijn bevallingsverlof ophield, ging ik weer aan de slag. Van tevoren had ik mijn leidinggevende op de hoogte gebracht van mijn voornemen om te gaan afkolven onder werktijd. Heel toevallig kwam mijn collega tegelijkertijd met mij terug van bevallingsverlof en ook zij zou gaan afkolven. Hoewel zij zelf niet onder lestijd zou gaan afkolven, zei ze tegen mij toen ik aangaf dat ik het wel wilde gaan doen: ”Eerst je productie op orde hebben, hoor; dat is belangrijk!” Wat voelde ik me toen gesteund!

Het was uiteraard fijn dat er tijdens mijn kolfmomenten voor vervanging werd gezorgd. Er moest echter nog wel een ruimte worden geregeld. In het verleden werd het invalidentoilet aangewezen als kolfruimte. Dat vond ik absoluut geen geschikte ruimte; mijn voorkeur ging uit naar een andere, meer afgelegen ruimte in het gebouw. Ik bood aan om daar te gaan afkolven en dat werd door mijn leidinggevende direct geaccepteerd. Een andere collega vroeg of ik niet liever het invalidentoilet wilde gebruiken. Uhm…nee, geen denken aan!

Voedingsrecht in de praktijk
Zo gezegd zo gedaan: ik kwam terug op het werk en ging afkolven op het moment dat mijn klas buiten zou gaan spelen met de andere juffen. Hierna gingen zij een kwartiertje eten en drinken; zo had ik voldoende tijd om af te kolven. Zelf vond ik het vervelend om de klas uit te moeten gaan, maar de voeding voor mijn kind ging altijd voor!
De kinderen van ongeveer zes/zeven jaar oud zagen me wel eens met mijn kolfspullen lopen en hadden daar dan vragen over. Ik legde uit dat ik melk ging maken voor mijn baby, maar dat mijn baby er zelf niet was en dat ik daar dus dat apparaat voor nodig had. Er waren een paar kinderen die erom moesten giechelen, maar een ander meisje zei: “Waarom lach je? Alle baby's drinken toch bij hun moeder aan de borst? Dat is heel normaal hoor!“ Geweldig!
Natuurlijk verliep niet alles vlekkeloos. Ik moest zelf een gordijn regelen; de ruimte had een slot, maar iedereen had deze sleutel en dus kwam er sporadisch toch iemand binnen terwijl ik zat af te kolven; degene die me zou vervangen kwam soms niet opdagen en als het regende, kon mijn klas niet buiten spelen en moest er extra vervanging worden geregeld.

De tijden dat ik in de lunchpauze of na schooltijd afkolfde, werden niet opgevangen. Hierdoor bleef er werk op me liggen wachten. Ondanks het feit dat het voedingsrecht niet optimaal was geregeld, was ik blij dat het afkolven me lukte en dat ik het zo lang kon volhouden. Er gingen namelijk ook verhalen rond over tegenwerkende leidinggevenden en over juffen die niet genoeg konden ontspannen, omdat ze de klas niet konden loslaten. Het was een kwestie van geven en nemen en dat pakte gelukkig goed uit.


Zeker nu ik nog lang niet al mijn energie terug had, vond ik mijn werk best intensief. De kolfmomenten waren in dat opzicht een prettige afwisseling voor mij; ik vond het heerlijk als ik om 10.00 uur even de klas kon loslaten en me een halfuurtje op mezelf kon richten.
Ook na de eerste negen levensmaanden van Rosalie bleef ik afkolven op mijn werk. Ik had geen recht meer op het afkolven onder lestijd, maar in mijn lunchpauze en na 15.00 uur zag ik vaak wel kans om af te kolven. Als er tijdens de lunchpauze een korte vergadering was, nam ik mijn handkolf gewoon mee. Met een flinke sjaal of een groot vest zag je er nauwelijks iets van. Ik vroeg altijd of iemand bezwaar had en zou daar rekening mee hebben gehouden door ergens anders te gaan afkolven, maar er heeft nooit iemand geprotesteerd.

Van mijn collega’s kreeg ik in het begin veel complimenten. Na een tijdje vroegen ze wanneer ik ging stoppen en nu heeft niemand het er meer over. Van een aantal weet ik dat ze het raar vinden. Er zijn helaas meerdere collega’s die bij voorbaat al zeggen dat borstvoeding niks voor hen is. Juist in het begin werd er veel over gepraat tijdens de pauze. Ik vond het wel grappig dat er door mijn gekolf een discussie op gang bleef; wie weet heb ik onbewust toch iemand geïnspireerd.

Afkolven hoort erbij
Inmiddels is Rosalie ruim veertien maanden en kolf ik nog steeds af, ruimschoots over mijn oorspronkelijke doel heen. Toen ze ergens tussen de drie en vier maanden de borst compleet is gaan weigeren, ben ik overgestapt op fulltime afkolven. Dat vind ik spijtig, want het is best een hoop gedoe. Aan de andere kant hoort het er nu zo bij, dat ik niet anders meer weet. Ik kolf niet graag in het openbaar af. Daar zet ik me echter overheen, omdat ik het op peil houden van mijn melkproductie nog net iets belangrijker vind. Nu zul je me niet afkolvend op een terras vinden, maar ik ben dit schooljaar op een andere locatie terecht gekomen waar bijvoorbeeld geen gordijnen zijn. Ik los dit op door me van het raam weg te draaien en een sjaal, hydrofiele doek of vest als afscherming te gebruiken. Vervolgens concentreer ik me op mijn kolf en op de foto’s en filmpjes van Rosalie op mijn telefoon. Hoe lang ik nog doorga? Geen idee, we zien wel waar het schip strandt.


Met alle melk die ik in het afgelopen jaar heb afgekolfd, heb ik via het Moedermelk Netwerk ook nog een andere moeder en haar kindje blij kunnen maken. Daarnaast heb ik nog steeds een flinke voorraad in de vriezer. Ondanks dat mijn melkproductie weer een flinke dip heeft gehad door het opnieuw op gang komen van mijn menstruatiecyclus, kolf ik nog steeds voldoende af. Ik ben best trots op mijn lichaam! Ik hoop alleen wel dat een eventueel volgend kindje wel rechtstreeks aan de borst zal blijven drinken.